In het kort
Een goede domeinnaam is kort, makkelijk uit te spreken en te spellen en past bij je bedrijfsnaam. Voor de Nederlandse markt is .nl meestal de beste keuze. Controleer vooraf of de naam niet botst met een bestaand merk, en zorg dat de domeinnaam op jouw naam staat, niet op die van je webbouwer.
Je domeinnaam is je adres op internet. Je zet hem op je bus, je visitekaartjes, je facturen en in elk e-mailadres. Een slimme keuze vooraf scheelt je dus jaren gedoe. Dit zijn negen tips.
1. Houd het kort en duidelijk
Hoe korter, hoe makkelijker te onthouden en te typen. Lukt kort niet, kies dan voor duidelijk: een iets langere naam die meteen helder is, werkt beter dan een cryptische afkorting die niemand begrijpt.
2. Kies een naam die je kunt uitspreken
Doe de telefoontest: kun je je domeinnaam door de telefoon doorgeven zonder dat je hoeft te spellen? Vermijd lastige klanken, Engelse woorden die Nederlanders verschillend schrijven en dubbele letters op de grens van twee woorden.
3. Kies de juiste extensie
- .nl is in Nederland de meest gebruikte en vertrouwde extensie. Richt je je op Nederlandse klanten, dan is .nl bijna altijd de beste keuze.
- .de of .be is verstandig als je actief klanten in Duitsland of België werft, zeker in een grensregio als Limburg.
- .com past bij een internationaal publiek.
- Nieuwe extensies zoals .shop of .online kunnen leuk zijn, maar zijn minder bekend en worden soms minder vertrouwd.
4. Zoekwoorden in je domeinnaam: hoeft niet
Vroeger hielp een zoekwoord in je domeinnaam, zoals "loodgieter-maastricht.nl", flink in Google. Dat effect is grotendeels verdwenen. Je inhoud en je reputatie wegen veel zwaarder. Kies daarom liever een naam die bij je merk past en die je over tien jaar nog steeds goed vindt, ook als je inmiddels in heel Limburg werkt.
5. Wees voorzichtig met streepjes en cijfers
Een streepje is toegestaan, maar mensen vergeten het vaak, en door de telefoon moet je het uitleggen. Cijfers geven verwarring: "4" of "vier"? Vermijd ze als het kan.
6. Check het merkrecht
Een domeinnaam registreren betekent niet dat je de naam ook mag gebruiken. Botst je naam met een bestaand merk of een handelsnaam in dezelfde branche, dan kun je in de problemen komen. Zoek vooraf in het Handelsregister van de KVK en in het merkenregister van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE, internationaal BOIP). Bij twijfel vraag je juridisch advies.
7. Leg varianten vast
Overweeg om ook veelvoorkomende tikfouten of andere extensies te registreren, en die door te sturen naar je hoofddomein. Zo voorkom je dat een ander ermee aan de haal gaat. Een paar varianten is meestal genoeg; je hoeft niet alles te kopen. Het registreren en doorsturen van varianten kunnen we voor je regelen.
8. Zorg dat de domeinnaam op jouw naam staat
Dit is misschien wel de belangrijkste tip. Laat je je domein via een webbouwer registreren, controleer dan dat jij (of je bedrijf) als houder staat geregistreerd. Bij .nl-domeinen houdt SIDN bij wie de houder is. Staat het domein op naam van je webbouwer, dan kun je bij een conflict je eigen adres kwijtraken. Bij Websmaak staat je domeinnaam altijd op jouw naam.
9. Denk ook aan je e-mail
Met een eigen domein krijg je ook e-mailadressen als info@jouwbedrijf.nl. Dat staat professioneler dan een gratis maildienst. Zorg dat je e-mail goed is ingesteld (met SPF, DKIM en DMARC), zodat je berichten niet in de spam belanden. Dat regelen we bij onze hosting voor je.