In het kort
Google meet de gebruikservaring van je website met drie Core Web Vitals: hoe snel de belangrijkste inhoud verschijnt (LCP, streef naar maximaal 2,5 seconden), hoe snel de pagina reageert op een klik (INP, maximaal 200 milliseconden) en hoe stabiel de pagina blijft tijdens het laden (CLS, maximaal 0,1). De grootste winst zit meestal in afbeeldingen, overbodige scripts en goede hosting.
Een trage website kost klanten. Wie op zijn telefoon zoekt en een pagina ziet laden, drukt al snel op "terug" en kiest de volgende in het rijtje. Daarnaast weegt Google de gebruikservaring mee. In dit artikel lees je hoe Google snelheid meet en wat je eraan kunt doen.
Waarom snelheid telt
Snelheid doet twee dingen voor je. Bezoekers haken minder snel af, waardoor er meer aanvragen en verkopen overblijven. En Google gebruikt de gebruikservaring als een van de signalen om pagina's te rangschikken. Snelheid is geen wondermiddel, want goede inhoud blijft het belangrijkst, maar bij twee vergelijkbare pagina's kan het het verschil maken.
De Core Web Vitals uitgelegd
| Meting | Wat het meet | Goed |
|---|---|---|
| LCP (Largest Contentful Paint) | Hoe snel het grootste zichtbare element verschijnt, zoals een grote foto of kop | ≤ 2,5 seconden |
| INP (Interaction to Next Paint) | Hoe snel de pagina reageert als je klikt, tikt of typt | ≤ 200 milliseconden |
| CLS (Cumulative Layout Shift) | Hoeveel de inhoud verspringt tijdens het laden | ≤ 0,1 |
INP verving in 2024 de oudere meting FID. Kom je oude artikelen tegen die het nog over FID hebben, dan weet je dat die verouderd zijn.
Zo meet je de snelheid van je website
- PageSpeed Insights (gratis van Google): vul je URL in en je ziet zowel echte gebruikersdata (als die er is) als een labtest met concrete verbeterpunten.
- Google Search Console: het rapport Core Web Vitals laat zien welke groepen pagina's goed of slecht scoren, op basis van echte bezoekers.
Test altijd de mobiele score. Die is strenger, en de meeste bezoekers komen via hun telefoon.
1. Optimaliseer je afbeeldingen
Afbeeldingen zijn bij de meeste websites de grootste boosdoener. Een foto rechtstreeks van een camera of telefoon is al snel enkele megabytes. Zo los je het op:
- verklein foto's tot de maat waarop ze getoond worden;
- gebruik moderne formaten zoals WebP of AVIF;
- geef afbeeldingen een vaste breedte en hoogte, zodat de pagina niet verspringt (goed voor CLS);
- laad afbeeldingen die lager op de pagina staan pas als ze in beeld komen (lazy loading), maar juist niet de grote foto bovenaan.
2. Ruim scripts en plugins op
Elke chatwidget, social-feed, trackingcode en plugin kost laadtijd en maakt de pagina trager in reactie (slecht voor INP). Kijk kritisch wat je echt gebruikt. Bij WordPress-sites zien we vaak tientallen plugins waarvan de helft overbodig is. Minder is hier echt meer.
3. Wees zuinig met lettertypen
Elk lettertype en elke extra dikte is een extra bestand. Gebruik er een of twee, host ze op je eigen server en laat tekst direct zien met een reservelettertype terwijl het echte lettertype laadt. Dat laatste voorkomt een lege pagina tijdens het laden.
4. Kies goede hosting en gebruik caching
Hoe snel de server reageert, bepaalt hoe snel alles daarna kan beginnen. Goedkope, overvolle hosting is vaak traag. Caching zorgt dat pagina's niet bij elk bezoek opnieuw opgebouwd hoeven te worden. Lees waar je op let bij het kiezen van webhosting, of bekijk de webhosting van Websmaak.
Liever niet zelf aan de slag?
Elke website die Websmaak bouwt, testen we vóór livegang op de Core Web Vitals. Is je huidige site traag, dan kijken we graag wat er beter kan. Neem contact op.